hero_img_slower

Beroepsstandaard

De beroepsstandaard beschrijft wat schooldirecteuren moeten kunnen en weten om goed schoolleiderschap in de praktijk te brengen. Het is voor de ontwikkeling van schooldirecteuren, die van de school en het onderwijs een belangrijk kader om mee te werken. Een schooldirecteur die werkt met de leiderschapspraktijken uit de beroepsstandaard positioneert zich goed tussen team en bestuur en speelt een verbindende rol tussen alle belanghebbenden rondom de school.

hero_img1 hero_img_slower

De beroepsstandaard beschrijft de volgende leiderschapspraktijken:

Een heldere en waardengerichte visie op onderwijs en opvoeding maakt dat de schooldirecteur en het team komen tot concrete leer- en ontwikkelingsdoelen voor leerlingen, leraren en (onderwijs-)ondersteunend personeel. Een gedeelde visie werkt inspirerend en motiverend en helpt leraren betekenis te geven aan hun werk. En niet onbelangrijk: visiegericht werken helpt bij het vasthouden aan een koers en biedt tegelijkertijd kansen om te innoveren en vernieuwen, bijvoorbeeld in het kader van digitalisering.

 

De volgende samenhangende activiteiten zijn daarbij van belang:

  • het ontwikkelen van een gedeelde visie op onderwijs en opvoeding;
  • het duidelijk en overtuigend communiceren van deze gedeelde visie;
  • het creëren van gedeelde doelen;
  • het bevorderen van de acceptatie van groepsdoelen;
  • het anticiperen op noodzakelijke veranderingen;
  • het stimuleren van vernieuwing en innovatie, bijvoorbeeld op het gebied van digitalisering.

Deze leiderschapspraktijk gaat over het beïnvloeden van de opvattingen, de houding en het handelen van leraren en (onderwijs-)ondersteunend personeel. Een schooldirecteur die leraren en (onderwijs-)ondersteunend personeel stimuleert te leren en zich te ontwikkelen, bevordert de kwaliteit van leraren1 en onderwijsondersteunend personeel. Hierdoor kunnen leerlingen2 het beste uit zichzelf halen en worden de onderwijsdoelen gehaald.

 

Om sturing te kunnen geven aan het ontwikkelen van mensen, is het volgende geheel van samenhangende activiteiten van belang:

  • het hebben van hoge prestatieverwachtingen van leraren en (onderwijs-)ondersteunend personeel;
  • het bevorderen dat leraren en (onderwijs-)ondersteunend personeel reflecteren op hun opvattingen, houding en handelen;
  • het geven van individuele steun en aandacht;
  • zorgzaam zijn, tijd nemen en er zijn voor leraren en (onderwijs-)ondersteunend personeel;
  • het bieden van mogelijkheden en het geven van ondersteuning aan leraren en (onderwijs-)ondersteunend personeel om te blijven leren en zich te ontwikkelen;
  • het optreden als een rolmodel voor leraren en (onderwijs-)ondersteunend personeel.

[1] In geval van Kindcentra kan je hier ook lezen: pedagogisch medewerkers en ondersteunend personeel.
[2] Waar ‘leerlingen’ staat kan ook ‘kinderen’ gelezen worden

Deze leiderschapspraktijk richt zich op de inrichting van de school als een professionele organisatie. Dit doet de schooldirecteur door het ontwikkelen en uitvoeren van integraal beleid gericht op het in samenhang afstemmen van doelen, middelen en tijdpad. De schooldirecteur dient daarbij ervoor zorg te dragen dat het schoolbeleid afgestemd is met het strategisch beleid van het bestuur. Dit vereist goede  samenwerking en onderling vertrouwen tussen de schooldirecteur en het bestuur.

Daarnaast is het voor de ontwikkeling van de school als organisatie van belang dat de schooldirecteur samenwerking, kennisdeling en gedeelde besluitvorming stimuleert. Maar ook het versterken van de professionele cultuur en het onderling vertrouwen binnen het team. Op deze manier zorgt de schooldirecteur ervoor dat de school een professionele gemeenschap is waar het goed werken en leren is voor leraren en onderwijsondersteunend personeel.

 

De schooldirecteur kan sturing kan geven aan het ontwikkelen van de organisatie met behulp van de volgende samenhangende activiteiten:

  • het voeren van integraal beleid en afstemmen van middelen (financiën, personeel, huisvesting) om de doelen van de organisatie binnen een gestelde tijd te realiseren;
  • het zorgen voor een goede afstemming tussen het schoolbeleid en het strategisch beleid van het bestuur;
  • het versterken van de samenwerking en de relatie met het bestuur als werkgever;
  • het stimuleren van professionele samenwerking , kennisdeling en gedeelde besluitvorming;
  • het versterken van de professionele cultuur en onderling vertrouwen in het team;
  • het herontwerpen, veranderen en innoveren1 van de organisatie;
  • het adequaat en veerkrachtig omgaan met crisissituaties en ongeplande veranderingen (b.v. corona).

[1] Hieronder kan digitalisering geschaard worden

Bij deze leiderschapspraktijk gaat het erom dat schooldirecteuren ervoor zorgen dat er goed onderwijs aan leerlingen verzorgd kan worden. Dit houdt in dat de school voldoet aan de basiskwaliteit, eigen ambities formuleert en er sprake is van een goed functionerend stelsel van kwaliteitszorg. Daarnaast dient de schooldirecteur ervoor te zorgen dat er een veilig en ondersteunend pedagogisch klimaat is in de school. Maar ook dat er sprake is van een samenhangend curriculum met bijpassende leermiddelen.

En dat er beleid en duidelijke afspraken worden gemaakt over taken, verantwoordelijkheden en inzet van personeel. Op deze manier zorgt de schooldirecteur ervoor dat leraren en (onderwijs-)ondersteunend personeel hun werk goed kunnen doen.

 

Om goed leiding te geven aan de onderwijskwaliteit, zijn de volgende samenhangende activiteiten dan ook van belang:

  • het systematisch en planmatig evalueren van de basiskwaliteit;
  • het ontwikkelen van ambities en eigen kwaliteiten van onderwijs;
  • het bevorderen van een veilig en ondersteunend pedagogisch klimaat;
  • het organiseren van een samenhangend curriculum, aanbod en (digitale) leermiddelen;
  • het bemensen van het (onderwijs-)programma1;
  • het ondersteunen van leraren bij het lesgeven;
  • het creëren van randvoorwaarden zodat leraren en (onderwijs-)ondersteunend personeel hun werk goed kunnen doen.

[1] Bij een IKC is er voor de jongste kinderen nog geen sprake van onderwijs

Deze leiderschapspraktijk richt zich op het opbouwen, onderhouden en verder ontwikkelen van goede relaties met ouders, de wijk, gemeenten en zorginstellingen. Relaties die gebaseerd zijn op begrip, wederzijds vertrouwen en respect. Dit is belangrijk voor scholen om de optimale ontwikkeling van leerlingen optimaal te kunnen ondersteunen. Het investeren in goede relaties met de omgeving draagt bovendien positief bij aan het afleggen van meervoudige verantwoording door de schooldirecteur.

Dit kan de steun voor en het vertrouwen in de school en onderwijs vergroten.

 

De volgende samenhangende activiteiten zijn daarvoor van belang:

  • het investeren in goede, wederkerige relaties met ouders;
  • het investeren in de versterking van de wijk als een goede en gezonde leefomgeving voor leerlingen;
  • het investeren in duurzame relaties met samenwerkingsverbanden, zorginstellingen en jeugdhulpverlening in het kader van passend onderwijs;
  • het onderhouden van professionele relaties met andere scholen voor primair en voortgezet onderwijs;
  • het ontwikkelen en onderhouden van productieve relaties met de gemeente en het lokale bedrijfsleven;
  • het afstemmen van het beleid van de school op lokaal en landelijk beleid;
  • het aangaan van een dialoog met betrokkenen in de omgeving en het afleggen van verantwoording voor het gevoerde beleid van de school.

Persoonlijk leiderschap

Naast de vijf leiderschapspraktijken maken ook persoonlijkheidskenmerken, vaardigheden, capaciteiten en de persoonlijke ethiek van de schooldirecteur onderdeel uit van de  beroepsstandaard. Persoonlijk leiderschap heeft te maken met de identiteit van de schooldirecteur: wie ben ik en wil ik zijn.

Lees er meer over in de beroepsstandaard van schooldirecteuren.

Van schooldirecteuren

Contact
(030) 234 73 60

(030) 234 73 60